Heupdysplasie

HeupdysplasieDe medische term heupdysplasie betekent letterlijk ‘slecht gevormde heup’. Een goed gevormde heup bestaat uit een heupkop aan het uiteinde van uw dijbeen, en een heupkom in uw bekken waar de kop precies in past. Bij ongeveer twee procent van alle pasgeborenen is de heupkom te ondiep. In dat geval is er sprake van heupdysplasie.

Door deze aandoening werkt het gewricht niet goed. In sommige gevallen is de heup ‘uit de kom’. Dit heet heupluxatie. De kop zit dan naast de kom in plaats van erin. Dit kan op latere leeftijd tot artrose leiden. Heupdysplasie bij een baby is betrekkelijk eenvoudig te behandelen. Bij volwassenen is genezing van heupdysplasie niet meer mogelijk. Een heldere uitleg over wat heupdysplasie precies is, leest u bijvoorbeeld op de betreffende pagina van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Verder kunt u heel veel hebben aan de website van Stichting Heupdysplasie. Hier vindt u onder meer verhalen van lotgenoten.

Symptomen van heupdysplasie bij volwassenen

Hoewel heupdysplasie een aangeboren afwijking is, wordt bij veel mensen de diagnose pas op volwassen leeftijd gesteld. Volwassenen met heupdysplasie kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:

  • pijn in uw lies, bil of buitenzijde van uw bovenbeen;
  • pijn in uw onderrug;
  • uitstralende pijn in uw knie;
  • slenterpijn: u loopt liever in een stevig tempo door dan slenterend langs winkels te gaan;
  • pijn bij sommige draaibewegingen van uw heup, bijvoorbeeld als u langs een wenteltrap naar beneden loopt;
  • toenemende pijn, stijfheid en mank lopen.

Bij veel mensen met heupdysplasie beginnen de klachten tussen het vijftiende en het vijfentwintigste levensjaar. Uw heupdysplasie kan echter ook pas na uw veertigste problemen geven. Er is geen verband tussen de leeftijd waarop u last krijgt van heupdysplasie, de aard van uw klachten en de ernst van uw heupdysplasie. Zo kunt u ernstige heupdysplasie hebben en toch pas op latere leeftijd geringe klachten ontwikkelen, of juist op jonge leeftijd veel last hebben van eigenlijk maar een geringe heupdysplasie. In bijna alle gevallen nemen de klachten die gepaard gaan met heupdysplasie langzamerhand toe.

Behandeling van heupdysplasie

De wijze van behandelen hangt af van de leeftijd.

  • Bij baby’s die jonger dan drie maanden zijn, geneest de heupdysplasie meestal spontaan. Behandeling is dus niet nodig.
  • Bij baby’s van drie tot zes maanden oud is heupdysplasie te genezen door de beentjes te fixeren in een stand die gunstig is voor de ontwikkeling van de heupkom. Het kind moet dan 23 uur per dag een spreidbroekje dragen. Het klinkt misschien raar, maar de baby ondervindt hier nauwelijks hinder van. Deze behandeling duurt vier tot zes maanden.
  • Is de baby ouder dan zes maanden, dan zal de behandeling met het spreidbroekje langer duren maar nog wel succes hebben.
  • Wordt de heupdysplasie pas op latere leeftijd vastgesteld, dan is volledige genezing meestal niet meer mogelijk. Wel is het mogelijk de klachten te beperken, bijvoorbeeld door middel van fysiotherapie. Daarnaast kunt u natuurlijk zelf aan uw conditie werken door verstandig en gezond te eten.

Hoe kan fysiotherapie helpen bij heupdysplasie?

Bij baby’s die maandenlang een spreidbroekje hebben gedragen kunnen de spieren verkort zijn. De fysiotherapeut kan oefeningen geven om de spieren weer langer te laten worden en de beweeglijkheid van de heupgewrichten te verbeteren. Bij volwassenen met heupdysplasie kunnen zeer uiteenlopende problemen spelen en zal de fysiotherapeut de behandeling afstemmen op de individuele klachten. In de meeste gevallen zal hij kiezen voor bewegingstherapie of massage.

Neem voor meer informatie contact op met een fysiotherapeut. In onze bedrijvengids kunt u een fysiotherapeut bij u in de buurt zoeken. Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Bekijk ook informatie over: